Wandelspellen

Wandelspellen

De bedoeling van deze wandelspellen is, om het samen wandelen leuk te maken. Om even alle aandacht bij jou te hebben, om te leren ontspannen te wandelen en niet te trekken. Het niet trekken aan de riem begint in de basis met contact hebben met jou. Door de hond te belonen voor de aandacht die hij voor jou heeft, zal de hond leren, na de aanleerfase, jou niet te gaan vergeten wanneer jullie aan het wandelen zijn. Wanneer hij vrij mag snuffelen, hij niet vergeet dat er nog iemand anders aan de andere kant van de riem zit en die geven vooruit sleept. Dat jullie samen dit snuffel avontuur beleven.

Het wandeltempo van een hond ligt vele malen hoger dan het tempo van ons tweebenige. Wanneer er van een hond verwacht wordt dat hij langzamer gaat lopen, zal zijn aandacht sneller naar de geuren om zich heen gaan. Dit is totaal niet erg, maar juist goed. Alleen moet dit graag zonder te trekken gaan en wanneer het zijn snuffel tijd is, op het grasveld bijvoorbeeld.

Maar wanneer je hond veel trekt aan de riem en het contact tussen jullie ver te zoeken is, begin je bij het contact krijgen met je hond. Meer aandacht voor elkaar hebben. Dit lukt niet door een strakke en harde trainingsmethode, je wilt tenslotte ontspannen wandelen en niet wandelen met een gespannen hond die aan het wachten is (bang is) op een flinke correctie (ruk aan de riem). Je hond loopt dan misschien naast je, maar zal zeer zeker niet ontspannen zijn.

Honden leren meer wanneer je het speelsgewijs brengt. Door saaie oefening leuker te maken. Dit werkt sterker op jullie band van vertrouwen, ipv door met een streng regiem  deze aandacht af te dwingen bij je hond. Je wilt tenslotte toch samen ontspannen wandelen?

Waar ben ik?

  1. Zet voor jezelf je stations uit. Dit kan denkbeeldig, met paaltjes, maar het kan ook zijn dat je van tuin naar tuin kan lopen over de stoep. Je gebruikt dan een heg van de buren als station.
  2. Je vertrekt nu van A naar B. Wanneer je hond aan jouw criterium voldoet, ga je op station B hem belonen met een snoepje. Dit snoepje geef je niet in zijn mond, maar leg je op de grond.
  3. Je hond eet deze op, in de tussentijd dat jouw hond het snoepje op eet ga jij al een aantal passen van je hond weg (bij dit spel is het handiger als je de riem op de grond laat liggen, mits je zeker weet dat je hond niet weg zal lopen. Anders kan je dit beter oefening op een veilige plek en omheind). Zodra je hond opkijkt roep jij je hond en loopt onder aandacht verder. Hij mag je niet voorbij schieten dus heb een open houding en houdt contact. Nu loop je samen naar station C. Wanneer je hond dit spelletje door heeft zul je zien dat je je hond niet meer hoeft te roepen als hij het snoepje op heeft, maar direct al naar jou toe komt.
  4. Wanneer dit 80 % van de tijd goed gaat mag je de afstand tussen de stations gaan vergroten en de richtingen tussen de stations gaan veranderen. Ipv op 1 rechte lijn werken ga je met haakse hoeken werken bv: ___l  (schuine, haakse en verschillende richtingen opgaan)

De Premack spellen

Een premack is als Oma’s regeltje: “Wanneer jij een spruitjes helemaal op eet, krijg jij dit heerlijke toetje.” Nu in hondentaal verteld: “ Ik heb hier jouw lievelingsspeeltje en wanneer we deze oefening goed doen gaan wij samen met jouw speeltje spelen!”

Show me the toy, give me the toy!

Samen een trekspel spelen bevorderd de band tussen jou en je hond, want je speelt samen. Het leert je hond ook te schakelen tussen actie en rust. Mits je dit op de juiste manier aanleert.

  1. Zet voor jezelf je stations uit. Dit kan denkbeeldig, met paaltjes, maar het kan ook zijn dat je van tuin naar tuin kan lopen over de stoep. Je gebruikt dan een heg van de buren als station.
  2. Zorg dat je contact het met je hond en laat zijn lievelingsspeeltje zien. “Ow kijk eens wat ik hier heb…” en dan stop je het weer in je zak. Zorg hierbij wel ervoor dat het speeltje niet uitsteekt uit je zak en dat je hond er naar toe kan gaan springen.
  3. Je vertrekt nu van A naar B. Wanneer je hond aan jouw criterium voldoet, ga je op station B hem belonen met zijn speeltje. Je gaat samen een trekspelletje spelen. Dit doe je 20 sec. Je doet dit niet te lang, omdat je hond dan misschien te hoog in zijn opwinding komt. Je stopt het spel. Ga zelf stil staan en houdt het speeltje rustig stil. probeer zelf niet meer te trekken, want dan houd je het spel in stand. Je bevriest als het ware. Zeg nu dat het klaar is: “ Klaar.” Als je hond los laat beloon je dit met iets lekkers. Wanneer je hond niet los laat, houd je een snoepje voor zijn neus en je ruilt het speeltje voor het snoepje. Tip: leg dit lekkers op de grond, ongeveer 1 m van jou vandaan. Zo heb jij even de tijd en meer ruimte om het speeltje in je zak te stoppen zonder dat je hond direct weer naar het speeltje springt. Dit kan je evt los van deze oefening gaan trainen. Het trainen van het schakelen tussen actie en rust.
  4. Bij station B begin je nu weer opnieuw. Wanneer je hond dit spelletje nog niet zo goed kent, moet je misschien weer eerst even het speeltje laten zien voordat je naar station C vertrekt. Als je hond het spelletje in de gaten heeft hoef je na het trekspel het speeltje niet weer te laten zien en zal je direct de oefening weer op kunnen pakken en naar het volgende station kunnen gaan.

Go get your toy!

  1. Zet voor jezelf je stations uit. Dit kan denkbeeldig, met paaltjes, maar het kan ook zijn dat je van tuin naar tuin kan lopen over de stoep. Je gebruikt dan een heg van de buren als station.
  2. Je hond is naast je en je gooit het speeltje achter jullie weg. Let op dat dit speeltje niet op riem lengte terecht komt. Je hond mag geen succes hebben dat hij daar dan bij kan.  Let teven ook op dat je hond er niet achteraan wilt vliegen en zo een flinke ruk aan de riem krijgt. Train dit apart dat je hond rustig leert wachten, in de tussen tijd houd je de hond even wat korter zodat hij geen grote sprong richting het speeltje kan maken (hang je hond aub niet strak op aan de riem).
  3. Je vertrekt nu van A naar B. Wanneer je hond aan jouw criterium voldoet, ga je op station B hem belonen met zijn speeltje. Deze mag hij nu gaan halen, “Go get it!”. Wanneer hij terug komt met het speeltje, ruil je deze voor wat lekker. Leg evt nog een snoepje een meter van jou vandaan zodat je dit speeltje terug in je zak kan doen.
  4. Station B is nu je nieuwe beginpunt. Wacht tot jullie beide weer rustig zijn en gooi dan weer het speeltje achter jullie en ga verder met de oefening.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.